Maak een fancy kleurplaat voor je peuter/kleuter

Voor onze peuter was ik op zoek naar een kleurplaat met een vlinder en een bloem. Helaas had ik geen kleurplaat liggen die voldeed aan mijn wensen, dus knutselde ik zelf een kleurplaat die voldeed aan mijn ideeën.

Op de onderste plank van ons montessorikastje wilde ik voor onze peuter iets doen met het thema ‘vlinders en bloemen’. De bovenste twee planken van het kastje hebben een voorjaarskarakter. Het thema ‘vlinders en bloemen’ sluit daar mooi op aan. Daar komt bij dat onze peuter buiten de laatste tijd vaak roept: ‘Kijk! Een vlinder!’ en ‘Ik hou van vlinders.’ De interesse in vlinders is er dus al.

Werken met thema’s

Het werken met thema’s zorgt voor de herhaling van woorden en geeft betekenis aan woorden en dingen. Er zitten nog meer voordelen aan het werken met thema’s. Hier kom ik in een volgend blog op terug, want daar is nog heel veel over te vertellen.

Waarom een kleurplaat?

Er zijn verschillende redenen om voor een kleurplaat te kiezen.

Benoemen en herkennen

Als je een vlinder bekijkt, zijn de kleuren en tekeningen opvallend. Met een kleurplaat kun je hier extra aandacht aan besteden. ‘Kijk nou, deze vlinder heeft kleine cirkels op zijn vleugels.’ en ‘Wat voor kleur geef je de vleugels van de vlinder?’

Bij het kleuren, hielp ik een stukje mee en vertelde ik: ‘Dit is de nectar van de bloem, die kleur ik geel. Vlinders houden van nectar, dat eten ze op.’

Fijne motoriek

Bij het kleuren werk je aan de fijne motoriek. Door binnen de lijntjes te kleuren, wordt de coördinatie van de motoriek gestimuleerd. Dus hoe meer er binnen de lijntjes gekleurd wordt, hoe fijner de motoriek is.

Voorbereiding op schrijven

Met kleuren en tekenen oefenen kinderen het vasthouden van het potlood, de pengreep, en het maken van de bewegingen, wat bij het leren schrijven ook komt kijken.

Rustgevend

Kleuren is enorm rustgevend. Je hoeft er niet veel bij na te denken en het stimuleert de concentratie.

Waarom juist niet een kleurplaat?

Er zijn mensen die tegen kleurplaten zijn. Het idee hierachter is dat we met een kleurplaat het werkelijke beeld aanbieden, zoals het voorwerp hoort te zijn. Dit zou de eigen beleving belemmeren en daarmee het kind belemmeren in de ontwikkeling.

Zelf vind ik zeker dat je kinderen niet alléén kleurplaten moet aanbieden, maar ook lege vellen papier. Op lege vellen papier kunnen ze hun eigen verhalen en ideeën tekenen, wat de ontwikkeling van de eigen beleving stimuleert.

Ik ben van mening dat het niet het één of het ander is. Je kunt afwisselen tussen de twee. Ze dienen verschillende doelen.

Zelf hamer ik er bij onze peuter niet op dat ze binnen de lijntjes moet kleuren. Ik geloof dat dit iets is wat vanzelf komt.

Aan de slag

We hebben thuis nog wat kleurboeken liggen, waarin slechts een paar pagina’s zitten waarop niet gekleurd is. Twee pagina’s heb ik uitgescheurd. Hiervan heb ik de tekeningen uitgeknipt die bij het thema ‘vlinders en bloemen’ passen.

De afbeeldingen die ik deze keer niet gebruik, heb ik alvast vluchtig uitgeknipt. Deze bewaar ik voor een volgende keer.

De afbeeldingen die bij het thema vlinders en bloemen passen, heb ik op een dik vel papier geplakt.

Uitnodigend aanbieden

Ik geloof dat de manier waarop je iets aanbiedt aan een kind, enorme invloed heeft op wat het kind er vervolgens mee doet. Nu had ik natuurlijk op internet een kant en klare kleurplaat kunnen uitzoeken en uitprinten. Alleen kon ik het in dit geval doen met wat ik al had liggen én kon ik het vormgeven zoals ik het wilde.

Toen onze peuter ’s ochtends uit bed kwam, lag haar kleurplaat klaar, met de kleurpotloden ernaast. De kleurpotloden met netjes geslepen punten. Als dat niet uitnodigt tot kleuren…

En ja… kleuren was het eerste dat ze ging doen.

Hoe ik reageer op felle reacties als ik vertel dat wij thuisonderwijs gaan geven.

Rond de derde verjaardag van onze dochter kregen wij regelmatig te horen: ‘Ze gaat bijna naar school! Hebben jullie al een school gekozen?’ Als ik dan reageerde dat ze voorlopig niet naar school gaat, dat ze thuisonderwijs krijgt, waren de reacties soms best fel. Men vindt er wat van. Herken je dat? Hoe ga je daar dan mee om? Je kunt er maling aan hebben, want het is jullie kind en jullie keuze. Je hoeft er niet op te reageren en je hoeft er geen gesprek over te voeren. Als dat je insteek is, kun je deze blog verder laten voor wat het is. Deze blog kan helpend zijn als je wel graag met elkaar in gesprek blijft.

Onbekend maakt onbemind

Kinderen vanaf vijf jaar hebben onderwijsplicht. In Nederland staat de onderwijsplicht gelijk aan schoolplicht, thuisonderwijs bestaat wettelijk gezien niet. Dat wil zeggen dat kinderen vanaf vijf jaar wettelijk verplicht zijn om les te volgen op school. Dat is het systeem waarin we leven (en opgroeien) in Nederland, wat we meekrijgen als “normaal”. Als je thuisonderwijs geeft, maak je gebruik van jouw recht op vrijstelling van de leerplicht. Dit is een uitgebreider verhaal, daar ga ik nu niet verder op in.

Toen ik begon met het uitspreken van mijn thuisonderwijs-ideeën, merkte ik als snel dat mensen iets vinden van thuisonderwijs. Als ik vervolgens met deze mensen in gesprek ging, bleek vooral dat mensen er wat van vinden omdat thuisonderwijs afwijkt van wat ze gewend zijn. We zijn geconditioneerd met onderwijs op school. Mensen zijn niet bekend met thuisonderwijs en hoe je dat vormgeeft. Onbekend maakt onbemind. Mensen doen allerlei aannames en benaderen de kwestie vanuit eigen ervaringen. Felle reacties hebben niets te maken met ons gezin persoonlijk. Het heeft vooral te maken met het systeem waar we uit komen.

In gesprek

Toen mijn man en ik besloten om thuisonderwijs te geven, zagen we op tegen de reacties van anderen. We spraken met elkaar af dat we wel bereid zijn om kritische vragen te beantwoorden. Zelf hebben we ook kritische vragen (gehad) dus we begrijpen best dat anderen deze ook hebben. Wat we niet doen, is onszelf verantwoorden aan anderen. In een gesprek wil ik niet het gevoel hebben mezelf te verdedigen.

Ik vind het belangrijk om met anderen in gesprek te zijn, ook over (thuis)onderwijs. Zelf vind ik het fijn om kwesties kritisch te benaderen, dat houdt me scherp. Soms worden er punten genoemd die me aan het denken zetten. Hierdoor kan ik er rustig over nadenken hoe ik daar (in de toekomst) mee om ga.

Wat ik vooral prettig vind, is dat ik door me uit te spreken, in contact kom met andere thuisonderwijzers. In een eerder blog schreef ik al waarom ik contact met gelijkgestemden belangrijk vind. Dit contact komt er alleen door je uit te spreken. Door je uit te spreken over iets waar je voor staat, gaat er een deur open. Ik merk dat ik nu telkens meer in contact kom met mensen die positief reageren op thuisonderwijs, ook als ze zelf hebben gekozen voor een andere weg. Dit is wel een proces geweest. In het begin stootte ik vooral op weerstand.

Vragen en reacties

Als ik vertel dat wij thuisonderwijs geven, komt de inhoud van de reacties vaak neer op de volgende vragen.

‘Ze mag niet in een sociaal isolement komen.’

De vraag die ik het meest krijg, is gericht op de sociale ontwikkeling van het kind: ‘Hoe zorg je er voor dat je kind in contact komt met andere kinderen en dat hij vriendjes heeft?’ Daarbij moet ik zeggen dat dergelijke vragen niet altijd zo direct gesteld worden. Vaak zijn ze verpakt in opmerkingen als: ‘Maar op school leert je kind omgaan met andere kinderen. Ze moet wel met anderen spelen, ze mag niet in een sociaal isolement komen.’

Ik merkte dat de verschillende benaderingen verschillende reacties bij mij oproepen. De vragen komen op mij vaak over als interesse, waardoor ik geneigd ben om verhelderend te antwoorden. De opmerkingen komen op mij belerend over, waardoor ik het gevoel krijg mezelf te moeten verdedigen. Daar word ik opstandig van. In het gesprek over thuisonderwijs heb ik er voor gekozen om dit te laten voor wat het is, want het leidt af van waar het eigenlijk over gaat. Ik vind het eigenlijk wel typisch dat mensen mij iets willen vertellen over het sociale aspect, op een niet zo sociale manier 😉

Ik heb zelf natuurlijk ook wel nagedacht over het sociale aspect bij thuisonderwijs. Dit spreek ik ook uit: ‘Dat was voor mij inderdaad ook een aandachtspunt waar ik me in heb verdiept, want ik vind het belangrijk dat mijn kind vriendjes heeft. De school is als een mini-maatschappij, maar bij thuisonderwijs oefent ons kind in de echte maatschappij. De school is niet de enige plek waar kinderen met elkaar in contact komen. Er zijn (sport)clubs, kinderen treffen elkaar buiten (in de speeltuin), de buitenschoolse opvang behoort gewoon tot de mogelijkheden en we verenigen ons met andere thuisonderwijzers.’ Als jij een open benadering en begrip verwacht van de ander, kan het helpen om dit zelf ook te tonen.

‘Hoe weet je dan welk niveau je kind heeft?’ We zouden in discussie kunnen gaan over hoe belangrijk het is om het kennisniveau van kinderen te testen, maar zelf laat ik dat achterwege. ‘Wij hebben er voor gekozen om een leerlijn te volgen. Op het internet kun je vinden waar kinderen op school aan moeten voldoen, per leerjaar. Ook zijn er observatieformulieren te vinden, waarmee je bijvoorbeeld gedrag en houding kunt monitoren. Je kunt ook een NIO-toets laten afnemen om het niveau voor voortgezet onderwijs te bepalen.’

Mocht je geen leerlijn (gaan) volgen en kies je bijvoorbeeld voor unschooling, dan heb jij een ander verhaal te vertellen. Ook dan heb je er goed over nagedacht en weet jij waarom je hiervoor hebt gekozen. Deel dat verhaal ook vooral.

‘Kun je dan nog wel blijven werken?’

‘Hoe ga je dat dan doen met je werk? Kun je dan nog wel blijven werken?’ Dit was voor mij een voorwaarde, want geen haar op mijn hoofd die er over nadenkt om te stoppen met werken. Mijn werk is iets van mij, daar geniet ik enorm van. ‘Ik heb werk waarbij ik mijn eigen agenda beheer en ik kan best flexibel werken. Het kan wel zijn dat ik met de tijd wat veranderingen moet doorvoeren, maar dat zie ik dan wel. Het is in ieder geval niet onmogelijk om te blijven werken.’

‘Ze zal toch een keer naar school moeten om een diploma te behalen.’

‘Hoe lang gaan jullie dan thuisonderwijs geven? Ze zal toch een keer naar school moeten om een diploma te behalen.’ Dat is dus een aanname. Hier zijn andere manieren voor. Tegen de tijd dat deze vraag gesteld wordt, heb ik meestal niet zo’n zin meer om hier al te veel op in te gaan. Daarom houd ik het doorgaans op: ‘Diploma’s zijn via andere wegen te behalen. Er zijn thuisonderwijzers die ook voorgezet onderwijs geven. Wij weten nog niet hoe lang we dit gaan doen. We evalueren regelmatig ons thuisonderwijsproces; hoe het ons bevalt en of we ons kind nog kunnen bieden wat zij nodig heeft. Soms zullen we hulp moeten inschakelen, want wij zijn ook niet overal even goed in. En mocht thuisonderwijs toch niet werken voor ons gezin, dan kunnen we altijd nog kiezen voor school.’

‘Ik weet het niet.’

Het kan zijn dat je een vraag voorgeschoteld krijgt waar je geen antwoord op weet. ‘Ik weet het niet.’ is een legitiem antwoord. ‘Ik heb daar (nog) niet over nagedacht, want ik vind dat (nu) niet relevant.’ of ‘Dat is een goeie vraag! Daar had ik nog niet bij stilgestaan, maar daar ga ik zeker over nadenken.’

(on)eens

Ook na een degelijk gesprek kun je het nog steeds oneens zijn met elkaar. En dat is prima. We hoeven niet ergens hetzelfde in te staan om elkaar te respecteren en waarderen. Ik denk ook niet dat overtuigen de insteek moet zijn van een gesprek. Oprechte interesse en elkaar beter willen begrijpen, leiden tot waardevolle gesprekken die nieuwe inzichten opleveren. Dat is tenminste waarom ik het belangrijk vind om met elkaar in gesprek te zijn, vooral als we verschillend zijn.