Maak een fancy kleurplaat voor je peuter/kleuter

Voor onze peuter was ik op zoek naar een kleurplaat met een vlinder en een bloem. Helaas had ik geen kleurplaat liggen die voldeed aan mijn wensen, dus knutselde ik zelf een kleurplaat die voldeed aan mijn ideeën.

Op de onderste plank van ons montessorikastje wilde ik voor onze peuter iets doen met het thema ‘vlinders en bloemen’. De bovenste twee planken van het kastje hebben een voorjaarskarakter. Het thema ‘vlinders en bloemen’ sluit daar mooi op aan. Daar komt bij dat onze peuter buiten de laatste tijd vaak roept: ‘Kijk! Een vlinder!’ en ‘Ik hou van vlinders.’ De interesse in vlinders is er dus al.

Werken met thema’s

Het werken met thema’s zorgt voor de herhaling van woorden en geeft betekenis aan woorden en dingen. Er zitten nog meer voordelen aan het werken met thema’s. Hier kom ik in een volgend blog op terug, want daar is nog heel veel over te vertellen.

Waarom een kleurplaat?

Er zijn verschillende redenen om voor een kleurplaat te kiezen.

Benoemen en herkennen

Als je een vlinder bekijkt, zijn de kleuren en tekeningen opvallend. Met een kleurplaat kun je hier extra aandacht aan besteden. ‘Kijk nou, deze vlinder heeft kleine cirkels op zijn vleugels.’ en ‘Wat voor kleur geef je de vleugels van de vlinder?’

Bij het kleuren, hielp ik een stukje mee en vertelde ik: ‘Dit is de nectar van de bloem, die kleur ik geel. Vlinders houden van nectar, dat eten ze op.’

Fijne motoriek

Bij het kleuren werk je aan de fijne motoriek. Door binnen de lijntjes te kleuren, wordt de coördinatie van de motoriek gestimuleerd. Dus hoe meer er binnen de lijntjes gekleurd wordt, hoe fijner de motoriek is.

Voorbereiding op schrijven

Met kleuren en tekenen oefenen kinderen het vasthouden van het potlood, de pengreep, en het maken van de bewegingen, wat bij het leren schrijven ook komt kijken.

Rustgevend

Kleuren is enorm rustgevend. Je hoeft er niet veel bij na te denken en het stimuleert de concentratie.

Waarom juist niet een kleurplaat?

Er zijn mensen die tegen kleurplaten zijn. Het idee hierachter is dat we met een kleurplaat het werkelijke beeld aanbieden, zoals het voorwerp hoort te zijn. Dit zou de eigen beleving belemmeren en daarmee het kind belemmeren in de ontwikkeling.

Zelf vind ik zeker dat je kinderen niet alléén kleurplaten moet aanbieden, maar ook lege vellen papier. Op lege vellen papier kunnen ze hun eigen verhalen en ideeën tekenen, wat de ontwikkeling van de eigen beleving stimuleert.

Ik ben van mening dat het niet het één of het ander is. Je kunt afwisselen tussen de twee. Ze dienen verschillende doelen.

Zelf hamer ik er bij onze peuter niet op dat ze binnen de lijntjes moet kleuren. Ik geloof dat dit iets is wat vanzelf komt.

Aan de slag

We hebben thuis nog wat kleurboeken liggen, waarin slechts een paar pagina’s zitten waarop niet gekleurd is. Twee pagina’s heb ik uitgescheurd. Hiervan heb ik de tekeningen uitgeknipt die bij het thema ‘vlinders en bloemen’ passen.

De afbeeldingen die ik deze keer niet gebruik, heb ik alvast vluchtig uitgeknipt. Deze bewaar ik voor een volgende keer.

De afbeeldingen die bij het thema vlinders en bloemen passen, heb ik op een dik vel papier geplakt.

Uitnodigend aanbieden

Ik geloof dat de manier waarop je iets aanbiedt aan een kind, enorme invloed heeft op wat het kind er vervolgens mee doet. Nu had ik natuurlijk op internet een kant en klare kleurplaat kunnen uitzoeken en uitprinten. Alleen kon ik het in dit geval doen met wat ik al had liggen én kon ik het vormgeven zoals ik het wilde.

Toen onze peuter ’s ochtends uit bed kwam, lag haar kleurplaat klaar, met de kleurpotloden ernaast. De kleurpotloden met netjes geslepen punten. Als dat niet uitnodigt tot kleuren…

En ja… kleuren was het eerste dat ze ging doen.

Een leuke activiteit die de fijne motoriek van peuters en kleuters stimuleert én een lage impact heeft op het milieu

Een kast die uitpuilt met mooi en duur speelgoed en de kleine speelt met een lege kartonnen doos. Zo gaat dat. Kinderen zien uitdaging in alledaagse spullen die wij, als volwassenen, niet zozeer bijzonder vinden. Dat is een mooi iets, want zo kunnen wij hen leren omgaan met materiaal dat onderdeel is van het alledaagse leven en leren zij deel te nemen aan het echte leven. Nog een mooie bijkomstigheid is dat we alledaagse spullen vaak al hebben liggen. We hoeven het niet nieuw te kopen. Daardoor is de impact op het milieu laag.

Deze activiteit is bij ons thuis een groot succes. Niet alleen bij onze eigen peuter. Ook andere kinderen die over de vloer komen, vinden het fascinerend. Over het algemeen zijn ze er ook wel even zoet mee. Echt een aanrader!

Benodigdheden

Voor deze activiteit heb je het volgende materiaal nodig.

  • stevig kartonnen doosje
  • mesje
  • leeg potje
  • munten
  • portemonnees met verschillende sluitingen
  • dienblad

Voorbereidingen

  1. Snijd met het mesje een gleuf in de bovenkant/deksel van het doosje, waar de munten doorheen passen. Als je een stevig doosje gebruikt, kan dit heel lang mee gaan. Wij gebruiken ons doosje al ruim vier maanden. Niet dagelijks, maar wel regelmatig.
  2. Doe de munten in een leeg potje. Wij gebruiken een leeg kleipotje. De deksel laten wij er op zitten, omdat dit een vaardigheid toevoegt aan de activiteit. Voor de munten gebruiken wij munten die we nog hadden liggen van een vakantie in het buitenland.
  3. Schaf portemonnees aan met verschillende sluitingen: drukknoop, klittenband, rits, enzovoort. Wij kochten de portemonnees bij een kringloopwinkel.
  4. Zet alles op een dienblad. Zo is duidelijk dat alles bij elkaar hoort, dat het één activiteit is. Als het op een dienblad staat is het ook makkelijk om op te pakken en neer te zetten op de plek waar het kind er mee speelt.

En nu?

En nu spelen maar! Je kunt laten zien wat de bedoeling is, door het voor te doen: pak een munt uit het potje en doe het in het doosje. Of open een portemonnee en doe daar een muntje in. Je kunt dit doen zonder woorden te gebruiken, laten zien is voldoende. Door geen woorden te gebruiken, kunnen ze zich volledig concentreren op wat ze zien. Als je er bij praat, moeten ze de aandacht verdelen tussen luisteren naar de woorden die uit jouw mond komen en zien wat voor handelingen je verricht.

Verschillende niveaus

Je hoeft niet alles in één keer aan te bieden. Je kunt beginnen met de munten en het doosje. Als je kleintje het eigen heeft gemaakt om de munten in het doosje te doen, kun je de portemonnees er aan toevoegen.

Sommigen sluitingen hebben wat oefening nodig. Onze peuter vindt het bijvoorbeeld lastig om de deksel van het potje te halen. Als ze hier hulp bij vraagt, open ik het voor haar. Ook hierbij zeg ik niets, maar laat ik zien hoe ik het doe. Er komt een moment dat het haar zelf lukt.

Toezicht

Let op! Munten staan in de top 5 verstikkingsgevaar bij kinderen. Blijkbaar zijn munten erg aantrekkelijk voor kinderen om in hun mond te stoppen. Houd dat dus goed in de gaten.

Veel speelplezier!

Cultureel uitstapje naar Rotterdam met een peuter

Vaak zijn jonge kinderen nieuwsgierig, ze willen van alles weten. ‘Waarom?’ is een veel gestelde vraag. Culturele uitstapjes zijn een mooie manier om op deze nieuwsgierigheid in te spelen. Het is niet alleen leuk om culturele activiteiten te ondernemen, maar ook erg leerzaam. Het leert kinderen algemene kennis en geeft inzicht in verschillende culturen.

Op stap met een peuter

Bij een cultureel uitstapje doet een kind veel nieuwe indrukken op. Je kunt je voorstellen dat dit de nodige energie kost. Vooral met een peuter is het belangrijk om hier rekening mee te houden. Van een peuter kun je niet verwachten dat je van de ene kant naar de andere kant van de stad gaat, de omgeving bekijkt én dat het gezellig blijft. Met die leeftijd is dat echt teveel gevraagd. Hier kun je rekening mee houden door bezienswaardigheden op korte afstand van elkaar te bezoeken, door rustig de tijd te nemen en door meerdere rustmomenten in te passen.

Met onze peuter deed ik een cultureel uitstapje naar Rotterdam. We hadden geen kinderwagen of draagzak bij ons, ze heeft alles zelf gelopen. Als jouw peuter niet gewend is aan wandelen, kun je voor dit uitstapje een draagzak meenemen. Een kinderwagen raad ik af, maar een inklapbare buggy zou nog wel kunnen.

Vervoer

Met het openbaar vervoer kun je prima in het centrum van Rotterdam komen, maar wij zijn met de auto gegaan. Daar heb ik voor gekozen omdat ik niet wist hoe moe onze peuter achteraf zou zijn van alle indrukken. Een overprikkelde peuter in de metro leek me niet zo’n goed idee.

Bij parkeergarage Oude Haven (Burgemeester Van Walsumweg 718) kun je parkeren voor € 0,50 per 14 minuten. Het maximale dagtarief is € 22,00. Via deze link kun je eventueel voordelig parkeren. Zelf had ik dat niet gedaan en was ik € 10,50 kwijt (van circa 09.30 tot 14.00 uur). Vanuit de uitgang ‘Oude Haven’ in de parkeergarage liepen we door de Oude Haven richting de kubuswoningen.

Historische foto Oude Haven

Bezienswaardigheden en faciliteiten

Bij de kubuswoningen liepen we bovenlangs, zodat je direct onder de woningen door loopt. Zo kun je de kubuswoningen niet alleen goed bekijken, maar hoef je ook niet over de drukke oversteekplaats. Voor € 3,- per persoon (vanaf 4 jaar) kun je een kubuswoning van binnen bekijken. Wij deden dit op de terugweg, toen bleek dat onze peuter er de energie nog wel voor had. Dat was pure winst, want ik had het slechts zo ingepland dat we er twee keer langs zouden wandelen (de kracht van herhaling). Thuis kwam ik er achter dat je met de RotterdamPas onbeperkt gratis toegang hebt tot de KIJK-KUBUS Museumwoning.

Kubuswoningen

Koffietentje met speelhoek

Wij waren wat vroeg, dus de bibliotheek was nog gesloten. Er zijn verschillende plekken in de omgeving waar je wat kunt drinken. Bij de Douwe Egberts (Binnenrotte 200) is in ieder geval een speelhoek voor kinderen.

Speelhoek bij Douwe Egberts Café

Kinderafdeling bibliotheek en kindertoilet

Op de tweede verdieping van de Centrale Bibliotheek (Hoogstraat 110) is de kinderafdeling, met een ruime “zitkuil” en verschillende andere zitplekken. Hier kan je kleintje de tijd nemen om tot zichzelf te komen. Door een boekje te lezen, door te spelen of door gewoon even te hangen. Op deze verdieping is, vlakbij de liften, een kindertoilet. Hiervoor kun je bij het personeel een sleutel halen.

Centrale bibliotheek
Kinderafdeling
Kindertoilet

Eten en drinken bij de Markthal

Tegenover de bibliotheek is de Markthal. Niet te missen. Dit is dé plek om wat te eten en/of drinken. Van een kroket tot aan sushi, spaghetti en een pot pindakaas. Hier is voor iedereen wel wat te vinden. Behalve dat is het ook gewoon een indrukwekkend gebouw om te zien van binnen. Nadat wij wat hadden gegeten, mocht onze peuter een donut uitkiezen.

Markthal buiten
Markthal binnen

Laurenskerk en vliegende ratten

Onze peuter verorberde de donut buiten, op een stoel bij de Laurenskerk (Grotekerkplein 27). Tenminste, twee hapjes, want toen moest ze plassen! En als een peuter moet plassen, moet je direct op zoek naar een toilet. Dus donut terug in het doosje en snel terug naar de bibliotheek voor een toiletbezoek. Daarna namen we plaats op de grote bank (zoals zij het noemde) voor de bibliotheek, zodat zij haar donut verder kon opeten. Ik moest haar nog wel even uitleggen waarom het niet zo handig is om één duif een klein stukje van je donut te geven.

Laurenskerk
Duiven horen bij de stad

Toen ze haar donut op had, vroeg ik haar of ze terug wilde naar de auto of dat ze nog een stukje wilde wandelen: ‘Waar wil je naartoe?’ Ze wees de kant op van de Nieuwemarkt, waar ze nog even bij een winkeltje snuffelde. Terwijl we daar liepen, zei ze dat ze moe was, dus liepen we terug richting de auto. Ik heb niet gewacht tot ze er compleet doorheen zat, waardoor ze nog wel energie overhad voor de KIJK-KUBUS Museumwoning.

Winkeltje
KIJK-KUBUS Museumwoning
Oude Haven

Tips

Onderweg in de auto viel ze in slaap en de volgende ochtend merkte ik aan haar dat ze moe was. Ik zou dus wel aanraden om na zo’n dagje een rustdag in te plannen.

Een andere tip die ik heb opgedaan van een andere moeder op social media… Als je met een klein kind naar een drukke plek gaat, kan het fijn zijn om je kind kleding aan te trekken met felle kleuren. Je kunt ze dan makkelijk terugvinden in de drukte.

Hoe ik reageer op felle reacties als ik vertel dat wij thuisonderwijs gaan geven.

Rond de derde verjaardag van onze dochter kregen wij regelmatig te horen: ‘Ze gaat bijna naar school! Hebben jullie al een school gekozen?’ Als ik dan reageerde dat ze voorlopig niet naar school gaat, dat ze thuisonderwijs krijgt, waren de reacties soms best fel. Men vindt er wat van. Herken je dat? Hoe ga je daar dan mee om? Je kunt er maling aan hebben, want het is jullie kind en jullie keuze. Je hoeft er niet op te reageren en je hoeft er geen gesprek over te voeren. Als dat je insteek is, kun je deze blog verder laten voor wat het is. Deze blog kan helpend zijn als je wel graag met elkaar in gesprek blijft.

Onbekend maakt onbemind

Kinderen vanaf vijf jaar hebben onderwijsplicht. In Nederland staat de onderwijsplicht gelijk aan schoolplicht, thuisonderwijs bestaat wettelijk gezien niet. Dat wil zeggen dat kinderen vanaf vijf jaar wettelijk verplicht zijn om les te volgen op school. Dat is het systeem waarin we leven (en opgroeien) in Nederland, wat we meekrijgen als “normaal”. Als je thuisonderwijs geeft, maak je gebruik van jouw recht op vrijstelling van de leerplicht. Dit is een uitgebreider verhaal, daar ga ik nu niet verder op in.

Toen ik begon met het uitspreken van mijn thuisonderwijs-ideeën, merkte ik als snel dat mensen iets vinden van thuisonderwijs. Als ik vervolgens met deze mensen in gesprek ging, bleek vooral dat mensen er wat van vinden omdat thuisonderwijs afwijkt van wat ze gewend zijn. We zijn geconditioneerd met onderwijs op school. Mensen zijn niet bekend met thuisonderwijs en hoe je dat vormgeeft. Onbekend maakt onbemind. Mensen doen allerlei aannames en benaderen de kwestie vanuit eigen ervaringen. Felle reacties hebben niets te maken met ons gezin persoonlijk. Het heeft vooral te maken met het systeem waar we uit komen.

In gesprek

Toen mijn man en ik besloten om thuisonderwijs te geven, zagen we op tegen de reacties van anderen. We spraken met elkaar af dat we wel bereid zijn om kritische vragen te beantwoorden. Zelf hebben we ook kritische vragen (gehad) dus we begrijpen best dat anderen deze ook hebben. Wat we niet doen, is onszelf verantwoorden aan anderen. In een gesprek wil ik niet het gevoel hebben mezelf te verdedigen.

Ik vind het belangrijk om met anderen in gesprek te zijn, ook over (thuis)onderwijs. Zelf vind ik het fijn om kwesties kritisch te benaderen, dat houdt me scherp. Soms worden er punten genoemd die me aan het denken zetten. Hierdoor kan ik er rustig over nadenken hoe ik daar (in de toekomst) mee om ga.

Wat ik vooral prettig vind, is dat ik door me uit te spreken, in contact kom met andere thuisonderwijzers. In een eerder blog schreef ik al waarom ik contact met gelijkgestemden belangrijk vind. Dit contact komt er alleen door je uit te spreken. Door je uit te spreken over iets waar je voor staat, gaat er een deur open. Ik merk dat ik nu telkens meer in contact kom met mensen die positief reageren op thuisonderwijs, ook als ze zelf hebben gekozen voor een andere weg. Dit is wel een proces geweest. In het begin stootte ik vooral op weerstand.

Vragen en reacties

Als ik vertel dat wij thuisonderwijs geven, komt de inhoud van de reacties vaak neer op de volgende vragen.

‘Ze mag niet in een sociaal isolement komen.’

De vraag die ik het meest krijg, is gericht op de sociale ontwikkeling van het kind: ‘Hoe zorg je er voor dat je kind in contact komt met andere kinderen en dat hij vriendjes heeft?’ Daarbij moet ik zeggen dat dergelijke vragen niet altijd zo direct gesteld worden. Vaak zijn ze verpakt in opmerkingen als: ‘Maar op school leert je kind omgaan met andere kinderen. Ze moet wel met anderen spelen, ze mag niet in een sociaal isolement komen.’

Ik merkte dat de verschillende benaderingen verschillende reacties bij mij oproepen. De vragen komen op mij vaak over als interesse, waardoor ik geneigd ben om verhelderend te antwoorden. De opmerkingen komen op mij belerend over, waardoor ik het gevoel krijg mezelf te moeten verdedigen. Daar word ik opstandig van. In het gesprek over thuisonderwijs heb ik er voor gekozen om dit te laten voor wat het is, want het leidt af van waar het eigenlijk over gaat. Ik vind het eigenlijk wel typisch dat mensen mij iets willen vertellen over het sociale aspect, op een niet zo sociale manier 😉

Ik heb zelf natuurlijk ook wel nagedacht over het sociale aspect bij thuisonderwijs. Dit spreek ik ook uit: ‘Dat was voor mij inderdaad ook een aandachtspunt waar ik me in heb verdiept, want ik vind het belangrijk dat mijn kind vriendjes heeft. De school is als een mini-maatschappij, maar bij thuisonderwijs oefent ons kind in de echte maatschappij. De school is niet de enige plek waar kinderen met elkaar in contact komen. Er zijn (sport)clubs, kinderen treffen elkaar buiten (in de speeltuin), de buitenschoolse opvang behoort gewoon tot de mogelijkheden en we verenigen ons met andere thuisonderwijzers.’ Als jij een open benadering en begrip verwacht van de ander, kan het helpen om dit zelf ook te tonen.

‘Hoe weet je dan welk niveau je kind heeft?’ We zouden in discussie kunnen gaan over hoe belangrijk het is om het kennisniveau van kinderen te testen, maar zelf laat ik dat achterwege. ‘Wij hebben er voor gekozen om een leerlijn te volgen. Op het internet kun je vinden waar kinderen op school aan moeten voldoen, per leerjaar. Ook zijn er observatieformulieren te vinden, waarmee je bijvoorbeeld gedrag en houding kunt monitoren. Je kunt ook een NIO-toets laten afnemen om het niveau voor voortgezet onderwijs te bepalen.’

Mocht je geen leerlijn (gaan) volgen en kies je bijvoorbeeld voor unschooling, dan heb jij een ander verhaal te vertellen. Ook dan heb je er goed over nagedacht en weet jij waarom je hiervoor hebt gekozen. Deel dat verhaal ook vooral.

‘Kun je dan nog wel blijven werken?’

‘Hoe ga je dat dan doen met je werk? Kun je dan nog wel blijven werken?’ Dit was voor mij een voorwaarde, want geen haar op mijn hoofd die er over nadenkt om te stoppen met werken. Mijn werk is iets van mij, daar geniet ik enorm van. ‘Ik heb werk waarbij ik mijn eigen agenda beheer en ik kan best flexibel werken. Het kan wel zijn dat ik met de tijd wat veranderingen moet doorvoeren, maar dat zie ik dan wel. Het is in ieder geval niet onmogelijk om te blijven werken.’

‘Ze zal toch een keer naar school moeten om een diploma te behalen.’

‘Hoe lang gaan jullie dan thuisonderwijs geven? Ze zal toch een keer naar school moeten om een diploma te behalen.’ Dat is dus een aanname. Hier zijn andere manieren voor. Tegen de tijd dat deze vraag gesteld wordt, heb ik meestal niet zo’n zin meer om hier al te veel op in te gaan. Daarom houd ik het doorgaans op: ‘Diploma’s zijn via andere wegen te behalen. Er zijn thuisonderwijzers die ook voorgezet onderwijs geven. Wij weten nog niet hoe lang we dit gaan doen. We evalueren regelmatig ons thuisonderwijsproces; hoe het ons bevalt en of we ons kind nog kunnen bieden wat zij nodig heeft. Soms zullen we hulp moeten inschakelen, want wij zijn ook niet overal even goed in. En mocht thuisonderwijs toch niet werken voor ons gezin, dan kunnen we altijd nog kiezen voor school.’

‘Ik weet het niet.’

Het kan zijn dat je een vraag voorgeschoteld krijgt waar je geen antwoord op weet. ‘Ik weet het niet.’ is een legitiem antwoord. ‘Ik heb daar (nog) niet over nagedacht, want ik vind dat (nu) niet relevant.’ of ‘Dat is een goeie vraag! Daar had ik nog niet bij stilgestaan, maar daar ga ik zeker over nadenken.’

(on)eens

Ook na een degelijk gesprek kun je het nog steeds oneens zijn met elkaar. En dat is prima. We hoeven niet ergens hetzelfde in te staan om elkaar te respecteren en waarderen. Ik denk ook niet dat overtuigen de insteek moet zijn van een gesprek. Oprechte interesse en elkaar beter willen begrijpen, leiden tot waardevolle gesprekken die nieuwe inzichten opleveren. Dat is tenminste waarom ik het belangrijk vind om met elkaar in gesprek te zijn, vooral als we verschillend zijn.

Waarom zou je jezelf omringen met gelijkgestemden?

Een tijdje geleden zei ik bij een verjaardag dat ik het zo fijn zou vinden om eens onafgebroken een maaltijd te eten, zonder onderbroken te worden door mijn peuter. Iemand reageerde met: ‘Dan had je geen moeder moeten worden.’ Een ander reageerde met: ‘Ik begrijp je helemaal.’ De laatste was een moeder die ook regelmatig een koude maaltijd at, omdat ze een kind in dezelfde leeftijdsfase had. We hadden weinig woorden nodig om elkaar te begrijpen. Het wederzijdse begrip maakte mijn koude maal dragelijker, we deelden de last.

Ergens bij horen

Niet alleen in mijn rol als moeder vind ik het belangrijk om gelijkgestemden om me heen te hebben. Als ik terugkijk op mijn leven zie ik nu dat er momenten zijn geweest waarin ik me eenzaam heb gevoeld. Er zijn momenten geweest dat ik me alleen voelde en onbegrepen. Dat klinkt misschien heel zwaar, maar ik geloof dat iedereen op een bepaald moment in zijn leven eenzaamheid ervaart. Het is een menselijke reactie. Eenzaamheid is een signaal dat je een behoefte hebt die op dat moment niet vervuld wordt.

Als ondernemer liep ik er tegenaan dat ik mijn ei niet kwijt kon. De mensen om me heen begrepen mijn struggles niet. Ik had niemand om lekker mee te sparren. Ik voelde me vaak onbegrepen. Hetzelfde als hardloper, thuisonderwijzer en niet-gevaccineerde. Omdat ik (bijna) geen mensen om me heen had met dezelfde interesses en ideeën, had ik het idee dat ik nergens bij hoorde, wat een menselijke behoefte is: ergens bij horen.

Gehoord, begrepen en gewaardeerd

Beetje bij beetje ging ik mijn struggles en overtuigingen uitspreken. Hoe lastig ik dat soms ook vond. Het voelt heel kwetsbaar om zulke kwesties uit te spreken. Anderen vinden er vaak iets van en ik heb al snel het gevoel dat anderen mij veroordelen. En dat is soms ook zo; soms veroordelen mensen mij. Maar de keerzijde is dat, door het uitspreken van mijn struggles en overtuigingen, mijn wereld veel rijker is geworden. Ik heb mensen leren kennen die ergens hetzelfde over denken als ik en mensen die dezelfde struggles ervaren. Ik voel me gehoord, begrepen en gewaardeerd. We spreken dezelfde taal.

Dat ik nu mensen om me heen heb die dezelfde taal spreken als ik, maakt het voor mij makkelijker om mezelf te ontplooien. Kijk bijvoorbeeld naar de verjaardag waar ik mijn verhaal mee begon. De opmerking ‘Dan had je geen moeder moeten worden.’ was voor mij een gesloten deur. Het nodigde me niet uit om verder in gesprek te gaan. Dit was anders bij de moeder die uitsprak dat ze me begreep. Door de begripvolle manier waarop ze mij benaderde, had ik het het idee dat ze begreep dat mijn klaagzang een momentopname was. Het werd niet kleiner gemaakt, maar het werd ook niet groter gemaakt. Het had gewoon de ruimte om er even te zijn. Daarna lieten we het voor wat het was en was er ruimte voor gesprek. Een gesprek waarin we ervaringen uitwisselden en van elkaar leerden.